Jonge onderzoekers
Een groot gedeelte van het onderzoek van het Alzheimercentrum wordt uitgevoerd door jonge mensen die promotie-onderzoek doen. In een periode van drie of vier jaar schrijven zij hun proefschrift. Hieronder stellen onze jonge onderzoekers zich aan u voor:
![]() |
Drs. Danielle M. E. van Assema, arts-onderzoeker Alzheimercentrum en Nucleaire Geneeskunde & PET Research, onderzoekt de relatie tussen de bloed-hersen barrière en amyloidstapeling in de hersenen bij patiënten met de ziekte van Alzheimer.
Klik hier voor het onderzoek van Danielle van Assema “Sinds vier jaar doe ik onderzoek naar de relatie tussen de integriteit van de bloed-hersen barrière en amyloidstapeling in de hersenen bij patiënten met de ziekte van Alzheimer. Dit onderzoeken we door verschillende PET-scans en een MRI-scan van de hersenen te maken. Met deze scans kunnen we het brandstofverbruik van de hersenen onderzoeken, eiwitstapeling in de hersenen afbeelden, en de functie van een soort stofzuigerpompjes onderzoeken. Deze stofzuigerpompjes bevinden zich in de bloed-hersen barrière en spelen mogelijk een rol bij het ontstaan van verschillende neurodegeneratieve aandoeningen. Met dit onderzoek hopen we een stapje verder te komen in het onderzoek naar de ontstaanswijze van de eiwitstapelingen in de hersenen bij patiënten met de ziekte van Alzheimer. Medio 2012 zal dit onderzoek afgerond zijn en hoop ik te promoveren op dit onderwerp.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek Blood-brain barrier P-glycoprotein function in Alzheimer's disease Reproducibility of quantitative (R)-[11C]verapamil studies. |
|
![]() |
Drs. Jeroen Goos, arts-onderzoeker/promovendus, verricht MRI-onderzoek naar de kleine vaten in de hersenen.
Klik hier voor het onderzoek van Jeroen Goos “We staan aan de vooravond van een wereldwijde epidemie. Het is dan ook ontzettend motiverend om mee te werken aan een oplossing voor het grote dementievraagstuk. Ik verricht MRI-onderzoek naar de kleine vaten in de hersenen. In het bijzonder kijk ik via een speciale MRI-scan naar zwarte puntjes, zogenaamde microbloedingen. Het lijkt er op dat Alzheimerpatiënten met meerdere puntjes, erger dement zijn en bovendien een grotere overlijdenskans hebben dan Alzheimerpatiënten zonder deze microbloedingen. De invloed van deze microbloedingen op het ontstaan van de ziekte van Alzheimer en de relatie met de verschijnselen van dementie wil ik verder onderzoeken. Ook wil ik weten welke factoren bijdragen aan het ontwikkelen van microbloedingen. Wanneer we namelijk exact weten hoe deze microbloedingen ontstaan en hoe ze bijdragen aan Alzheimer, hebben we mogelijk een nieuw aanknopingspunt in de strijd tegen Alzheimer.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek Incidence of cerebral microbleeds: a longitudinal study in a memory clinic population. Goos JD, Henneman WJ, Sluimer JD, Vrenken H, Sluimer IC, Barkhof F, Blankenstein MA, Scheltens PH, van der Flier WM. Neurology 2010;74:1954-60. MRI biomarkers of vascular damage and atrophy predicting mortality in a memory clinic population. Henneman WJ, Sluimer JD, Cordonnier C, Baak MM, Scheltens P, Barkhof F, van der Flier WM. Stroke 2009;40:492-8. Microbleeds relate to altered amyloid-beta metabolism in Alzheimer's disease. Goos JD, Teunissen CE, Veerhuis R, Verwey NA, Barkhof F, Blankenstein MA, Scheltens P, van der Flier WM. Neurobiol Aging. 2011 Nov 25. Dementia in 2011: Microbleeds in dementia-singing a different ARIA. Scheltens P, Goos JD. Nat Rev Neurol. 2012 Jan 10. doi: 10.1038/nrneurol.2011.222. |
|
![]() |
Drs. Annelies van der Vlies, neuropsycholoog, onderzoekt Cognitieve profielen binnen de ziekte van Alzheimer
Klik hier voor het onderzoek van Annelies van der Vlies “Het klassieke beeld van de ziekte van Alzheimer is dat patiënten last hebben van geheugenproblemen. Er zijn echter ook patiënten bij wie andere cognitieve problemen, zoals met taal, meer op de voorgrond treden. Ik onderzoek welke biologische factoren een mogelijke verklaring vormen voor deze verschillende uitingsvormen. Dit is belangrijk omdat veel mensen niet weten dat de ziekte van Alzheimer zich ook anders kan uiten en het daarom lang kan duren voordat de juiste diagnose gesteld wordt. Medio 2013 hoop ik mijn onderzoek, waarmee ik medio 2006 begonnen ben, af te ronden.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek Koedam EL, Lauffer V, van der Vlies AE, van der Flier WM, Scheltens P, Pijnenburg YA. Early-versus late-onset Alzheimer's disease: more than age alone. J Alzheimers Dis2010;19:1401-8. van der Vlies AE, Koedam EL, Pijnenburg YA, Twisk JW, Scheltens P, van der Flier WM. Most rapid cognitive decline in APOE epsilon4 negative Alzheimer's disease with early onset.Psychol Med 2009;1-5. Koedam EL, Pijnenburg YA, Deeg DJ, Baak MM, van der Vlies AE, Scheltens P, van der Flier WM. Early-onset dementia is associated with higher mortality. Dement Geriatr Cogn Disord2008;26:147-52. Stokman PA, Klein M, Roos-Reuling IEW, Koene T, van der Vlies AE, Scheltens P, van der Flier WM. De diagnostische waarde van de Visuele Associatie Test (VAT) in een geheugenpolikliniek setting. Neuropraxis 2008;1:3-8 Van der Vlies AE, Pijnenburg Y, Koene T, Klein M, Kok A, Scheltens P, van der Flier WM. APOE-genotype beïnvloedt cognitie in ziekte van Alzheimer. Tijdschrift voor Neuropsychologie 2007; 1: 20-29. Kessels, RPC, van der Vlies, AE (2004). Symptoomvaliditeit bij geheugenstoornissen: Het vaststellen van malingeren. Patient Care Neuropsychiatrie & Gedragsneurologie 2004;3:129-132. |
|
![]() |
Drs. Willem de Haan, arts-onderzoeker neurologie. “Een goede communicatie tussen verschillende hersengebieden is essentieel voor ons functioneren. Er is echter nog weinig duidelijk over hoe deze communicatie precies verloopt. Ik probeer dit beter te begrijpen door met behulp van een magneto-encefalograaf (MEG) hersenactiviteit nauwkeurig in kaart te brengen, en te kijken hoe deze verandert bij mensen met dementie. Deze kennis kunnen we hopelijk in de toekomst gebruiken om nieuwe diagnostische tests of therapeutische mogelijkheden te ontwikkelen. Dit onderzoeksproject is gestart in januari 2008, en ik hoop in de zomer van 2012 te promoveren op dit onderwerp.”
Waar sta je nu met dit onderzoek?“ Publicaties binnen dit onderzoek: De Haan W, Stam CJ, Jones BF, Zuiderwijk IM, van Dijk BW, Scheltens P. Resting-state oscillatory brain dynamics in Alzheimer disease. J Clin Neurophysiol. 2008 Aug;25(4):187-93. Stam CJ, de Haan W, Daffertshofer A, Jones BF, Manshanden I, van Cappellen van Walsum AM, Montez T, Verbunt JP, de Munck JC, van Dijk BW, Berendse HW, Scheltens P. Graph theoretical analysis of magnetoencephalographic functional connectivity in Alzheimer's disease. Brain. 2009 Jan;132(Pt 1):213-24. De Haan W, Pijnenburg YAL, Strijers RLM, van de Made Y, van der Flier W, Scheltens P, Stam CJ. Functional neural network analysis in Frontotemporal Dementia and Alzheimer Disease using EEG and Graph Theory. BMC Neuroscience 2009, 10:101 |
|
![]() |
Christiane Möller, onderzoeker in opleiding & neuropsycholoog, onderzoekt functionele markers
voor de ziekte van Alzheimer en frontotemporale
lobaire degeneratie. “Het vakgebied ‘hersenen’ in combinatie met cognitieve en psychologische problematiek vind ik buitengewoon boeiend. De vraag ‘Hoe draagt een neurobiologische afwijking bij aan het ontstaan van een cognitieve stoornis?’ was de reden waarom ik voor hersenonderzoek heb gekozen. Tijdens mijn onderzoek concentreer ik me op functionele markers voor de ziekte van Alzheimer en frontotemporale lobaire degeneratie. Hoe verandert het volume van de grijze stof en de kwaliteit van de witte stof over een periode van twee jaar, afgezet tegen gezonde mensen? Op welke plaatsen in de hersenen vinden er veranderingen plaats en in welke mate? Dit ga ik onderzoeken met behulp van structurele MRI en in samenwerking met het LUMC in Leiden, die de functionele kant gaan onderzoeken. Wat opvalt is dat er tot op heden op dit onderzoeksgebied bij frontotemporale lobaire degeneratie nog weinig onderzoek verricht is. Daarom willen wij meer kennis verkrijgen over de neurobiologische verschillen tussen de verschillende vormen van dementie. Ook willen we antwoord op de vraag of de veranderingen die wij vinden samenhangen met de ernst van de ziektes. De verwachte einddatum van het onderzoek is september 2014.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Drs. L.L. (Lieke) Smits, neuropsycholoog en promovenda, onderzoekt cognitieve profielen bij de ziekte van Alzheimer. "Tijdens mijn studie Neuropsychologie had ‘niet-aangeboren hersenletsel’ al mijn interesse en dementie in het bijzonder. Wat me ontzettend intrigeert, is dat hersenen die voorheen goed werkten dat op een gegeven moment niet meer doen. Waar heeft een patiënt last van en welke vorm van dementie veroorzaakt dit? Met mijn onderzoek hoop ik te kunnen bijdragen aan een beter inzicht in de verschillende varianten van de ziekte van Alzheimer: waarom staan bij de ene persoon geheugenklachten meer op de voorgrond, terwijl een ander persoon bijvoorbeeld meer moeite heeft met bedienen van apparaten? Daarnaast hoop ik met mijn onderzoek een steentje bij te kunnen dragen aan ‘het oplossen’ van dementie. Sinds maart 2009 ben ik, naast onder andere mijn klinische taken en het Parelsnoerproject, bezig met dit onderzoek. De verwachtte einddatum is nog niet bekend.”
Waar sta je nu met dit onderzoek?
Publicaties binnen dit onderzoek |
|
![]() |
Drs. Ineke van Rossum, arts-onderzoeker, onderzoekt onder andere welke factoren het beloop van de ziekte van Alzheimer bepalen. “Dankzij wetenschappelijk onderzoek neemt onze kennis over de ziekte van Alzheimer toe, maar er is ook nog veel dat we niet weten. Zo is de precieze oorzaak onbekend en is er nog geen medicijn beschikbaar dat de ziekte kan genezen. Met mijn onderzoek, dat in maart 2009 gestart is, wil ik verschillen tussen patiënten met de ziekte van Alzheimer onderzoeken, bijvoorbeeld wat betreft symptomen en de snelheid waarmee de klachten verergeren. Daarnaast ben ik betrokken bij een internationaal onderzoek naar het effect van een voedingssupplement op mensen die geheugenklachten hebben, maar niet dement zijn. Ook werk ik mee aan een onderzoek naar nieuwe eiwitten in het hersenvocht die kunnen helpen om de ziekte van Alzheimer vroeg vast te stellen. Ik hoop antwoord te vinden op diverse vragen. Welke factoren bepalen hoe snel patiënten achteruit gaan? Hoe kun je de ziekte van Alzheimer het beste zo vroeg mogelijk vaststellen? Verschillen deze voorspellende factoren bij jongere patiënten van die bij oudere patiënten? En heeft het gebruik van een voedingssupplement een positief effect op het geheugen van mensen met milde geheugenklachten? In maart 2013 hoop ik mijn onderzoek af te ronden.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? “Inmiddels heb ik een overzichtsartikel geschreven over welke factoren kunnen voorspellen of mensen met geheugenklachten uiteindelijk de ziekte van Alzheimer krijgen.”
Publicaties binnen dit onderzoek |
|
![]() |
MSc Rik Ossenkoppele, onderzoeker in opleiding, onderzoekt met behulp van de PET-scan de diagnostiek en het beloop van de ziekte van Alzheimer. Klik hier voor het onderzoek van Rik Ossenkoppele De hersenen zijn een complex orgaan; alles wat we doen, denken en zijn, vindt zijn oorsprong in een structuur die maar 2% van het totale lichaamsgewicht bevat. Bij de ziekte van Alzheimer gaan al deze functies langzaam achteruit. Het is fascinerend om dit proces te onderzoeken. Sinds maart 2009 onderzoek ik, met behulp van de PET scan, de diagnostiek en het beloop van de ziekte van Alzheimer. Vragen die ik hoop te beantwoorden zijn bijvoorbeeld: is er na drie jaar verandering opgetreden in de hoeveelheid plaques, de grootste boosdoeners, bij patiënten met de ziekte van Alzheimer, milde cognitieve klachten en gezonde controles? Bestaat er een samenhang tussen plaques en verlies van hersencellen? En wat is de toegevoegde waarde van PET bij de diagnostiek? Met behulp van een PET-scan kunnen we de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’ mogelijk eerder stellen. In een vroeger stadium van de ziekte is de aangerichte schade nog gering en mogelijk omkeerbaar. Verder kunnen we met PET het effect meten van geneesmiddelen die de plaques aanvallen. Mijn promotieonderzoek zal in maart 2013 worden afgerond.” Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek R. Ossenkoppele & B.N.M. van Berckel. Prediction of Alzheimer’s disease with PET, Neurology News International 2011; 2(2): 5
|
|
![]() |
MSc Sandra Mulder, post-doc, onderzoekt amyloid geassocieerde eiwitten. “Het werk binnen VUmc Alzheimercentrum boeit me doordat het zeer afwisselend is en je echt een steentje bij kunt dragen aan de kennisontwikkeling rondom de ziekte van Alzheimer. Bijvoorbeeld met mijn huidige onderzoek dat zich richt op amyloid geassocieerde eiwitten. In de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer worden ophopingen van het eiwit amyloid gevonden. Naast amyloid zijn er verschillende andere eiwitten aanwezig, de zogenoemde amyloid geassocieerde eiwitten, die het ontstaan en de opruiming van amyloid kunnen beïnvloeden. Er is echter nog erg weinig bekend over de manier waarop dit gebeurt. Ik probeer hierin meer duidelijkheid te krijgen. Ik onderzoek enerzijds of deze eiwitten de processen in de hersenen weerspiegelen door de concentraties ervan te meten in het hersenvocht. Anderzijds onderzoek ik speciale cellen, de gliale cellen, in de hersenen. Gliale cellen kunnen worden gezien als stofzuigertjes die kunnen helpen bij opruiming van amyloid. Echter in de hersenen van Alzheimerpatiënten lijkt dit opruimproces verstoord te zijn; amyloid geassocieerde eiwitten spelen hierbij mogelijk een belangrijke rol. Door nauwe samenwerking met de Nederlandse Hersenbank kunnen, al snel na het overlijden van patiënten, de gliale cellen worden geïsoleerd waarna ze gebruikt kunnen worden in ons onderzoek.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek Evaluation of Intrathecal Serum Amyloid P (SAP) and C-Reactive Protein (CRP) Synthesis in Alzheimer's Disease with the Use of Index Values.Mulder SD, Hack CE, van der Flier WM, Scheltens P, Blankenstein MA, Veerhuis R. J Alzheimers Dis. 2010 Oct 7. Nielsen HM, Mulder SD, Beliën JA, Musters RJ, Eikelenboom P, Veerhuis R. Glia. 2010 Aug. BACE1 activity in cerebrospinal fluid and its relation to markers of AD pathology. Mulder SD, van der Flier WM, Verheijen JH, Mulder C, Scheltens P, Blankenstein MA, Hack CE, Veerhuis R. CSF levels of PSA and PSA-ACT complexes in Alzheimer's disease. Mulder SD, Heijst JA, Mulder C, Martens F, Hack CE, Scheltens P, Blankenstein MA, Veerhuis R. Ann Clin Biochem. 2009 Nov |
|
![]() |
Nicole Sistermans, neuropsycholoog en onderzoeksmedewerker, neemt neuropsychologisch onderzoek af. Klik hier voor het onderzoek van Nicole Sistermans “Wat mij boeit in dit werk is de combinatie van klinisch werk en onderzoek. Ik neem neuropsychologisch onderzoek af voor het Alzheimercentrum. Tijdens dit onderzoek wordt een aantal taken voorgelegd waarmee we proberen de cognitieve functies in kaart te brengen, zoals het geheugen, de aandacht, de taal, en de planning. Met de onderzoeksresultaten kunnen we vervolgens een bijdrage leveren aan de diagnostiek. Daarnaast houd ik me onder andere bezig met het coördineren van de VSB-studie. Dit is een groot onderzoeksproject waarbij onderzoeksgegevens worden verzameld op de dagscreening. Deze gegevens stellen ons in staat om het beloop van cognitieve klachten en dementie te bestuderen, en de invloed van co-morbiditeit op het beloop van de klachten of ziekte. Deze studie wordt gefinancierd door Alzheimer Nederland.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
MD, PhD Pieter Jelle Visser, arts-onderzoeker, senior-onderzoeker en klinisch epidemioloog, onderzoekt vroegdiagnostiek en vroege behandeling van de ziekte van Alzheimer. “Het boeiende aan het werken met Alzheimerpatiënten zijn de wetenschappelijke uitdagingen: wat is de oorzaak en wat is de relatie tussen hersenafwijkingen en geheugen? Daarnaast vind ik het inspirerend dat het onderzoek daadwerkelijk praktische consequenties heeft voor de diagnostiek en behandeling. Mijn onderzoek richt zich op de vroegdiagnostiek en vroege behandeling van de ziekte van Alzheimer. Ik test met welke biomarkers je bij niet-demente mensen Alzheimerpathologie kunt opsporen. Ook onderzoek ik hoe je het beste een geneesmiddelenonderzoek kunt opzetten bij niet-demente mensen met Alzheimerpathologie. Daarnaast kijk ik naar de relatie tussen hersenafwijkingen en cognitie en naar de onderlinge verschillen in biomarkers tussen Alzheimerpatiënten. Door beter inzicht in de onderliggende oorzaak van de ziekte van Alzheimer en door een vroege diagnose en behandeling van deze ziekte hoop ik dat de zelfstandigheid en de kwaliteit van leven van Alzheimerpatiënten zoveel mogelijk behouden blijft.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Wesley Jongbloed, moleculair bioloog, onderzoekt verschillen in de hersenvochtsamenstelling van mensen. Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Drs. Sietske Sikkes, neuropsycholoog/onderzoeker, onderzoekt de problemen die mensen met dementie in hun dagelijks leven ervaren. “Hoewel dementie veel voorkomt en grote invloed heeft op het dagelijks leven van patiënten en hun familieleden, is er weinig over bekend. Ik draag graag mijn steentje bij aan meer kennis over dementie door onderzoek te doen naar de problemen die dementiepatiënten in het dagelijks leven ervaren. Zo kunnen deze patiënten in de beginfase van hun ziekte moeite krijgen met dagelijkse handelingen die voorheen wel goed gingen. Er ontstaan problemen met koken of het doen van de administratie. Het goed in kaart brengen van deze problemen is belangrijk om de diagnose dementie te kunnen stellen. Wij hebben een vragenlijst ontwikkeld waarvan we denken dat die kan helpen bij het stellen van de diagnose, vooral ook bij mensen jonger dan 65. Een betere en vroegere diagnose komt de begeleiding en de zorg ten goede.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek A systematic review of Instrumental Activities of Daily Living scales in dementia: room for improvement. Sikkes SAM, de Lange-de Klerk ESM, Pijnenburg YAL, Scheltens P, Uitdehaag BMJ (2009) J Neurol Neurosurg Psychiatry 2009;80:7-12 doi:10.1136/jnnp.2008.155838 |
|
![]() |
Argonde van Harten, arts-onderzoeker, onderzoekt biomarkers voor de ziekte van Alzheimer. "Het onderwerp van mijn onderzoek zijn biomarkers voor de ziekte van Alzheimer. Hierbij gaat het voornamelijk om genetisch materiaal, zogenaamde microRNAs, waarvan ieder mens er ruim 700 heeft. Iedere microRNA kan theoretisch de productie van meerdere eiwitten reguleren en ieder eiwit kan gereguleerd worden door meerdere microRNAs. Dit betekent dat dit microRNA vele mogelijkheden heeft, die grotendeels nog niet onderzocht zijn. Van de ziekte van Alzheimer wordt gedacht dat hij veroorzaakt wordt door overproductie van een bepaald eiwit. Inmiddels is aangetoond dat er microRNAs zijn die productie van het Alzheimereiwit kunnen beïnvloeden. Deze bevindingen proberen we nu naar de kliniek te vertalen. Door het vinden van een nieuwe biomarker, die bestaat uit een streepjescode van microRNA expressie, hopen we de ziekte van Alzheimer zo vroeg mogelijk en zo precies mogelijk vast te stellen. Dit is belangrijk voor een tijdige, adequate behandeling. Omdat we alle microRNAs in één keer kunnen meten, draagt dit onderzoek mogelijk ook bij aan het ontdekken van nieuwe ontstaansmechanismen van de ziekte van Alzheimer.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Annemarieke Bussemaker, onderzoeksmedewerker voor het VSB-onderzoek. “Het meest inspirerende aan mijn werk vind ik de samenwerking binnen een team met verschillende disciplines en de afwisseling die het intensieve proces van de screening en het onderzoek me biedt. Momenteel assisteer ik de artsen bij lumbaalpuncties en verricht ik de vitale metingen van patiënten die deelnemen aan de geheugenscreening. Hierbij stel ik een aantal vragen met betrekking tot de gezondheid, de lichamelijke activiteit en de vitaliteit van de patiënt. Deze gegevens worden verwerkt in het VSB-onderzoek. Dit is een groot onderzoeksproject waarbij op de dagscreening ook andere onderzoeksgegevens worden verzameld. Deze gegevens worden gebruikt om het beloop van cognitieve klachten en dementie te bestuderen, alsmede de invloed van co-morbiditeit op het beloop van de klachten of ziekte. Deze studie wordt gefinancierd door Alzheimer Nederland. Ik houd me voornamelijk bezig met het verzamelen van de informatie en het includeren van de mensen die voldoen aan de criteria die gelden voor het onderzoek.
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
MSc Sofie Adriaanse, momenteel aan het promoveren bij VUmc Alzheimercentrum, onderzoekt de relatie tussen het Alzheimer eiwit (amyloid-beta), en de basisactiviteit van de hersenen, gemeten met een functionele MRI (fMRI). “Wat mij boeit in mijn werk is dat de ziekte van Alzheimer nog steeds niet goed wordt begrepen en geen standaard verloop heeft. Voor mijn onderzoek maak ik PET-scans waarmee je het Alzheimer eiwit (amyloid-beta) in de hersenen kunt zien. Daarnaast kijk ik naar glucose PET-scans, waarmee je de energiehuishouding van de hersenen kunt bepalen. Met deze twee manieren van ‘imaging’ hopen we te ontdekken wat de relatie is tussen het eiwit amyloid-beta en de basisactiviteit van de hersenen, gemeten met functionele MRI. Dit onderzoek wordt gedaan bij Alzheimerpatiënten en patiënten met milde cognitieve klachten. Hun uitslagen worden vergeleken met die van gezonde mensen. Zo hopen we een goed beeld te krijgen van het ziekteverloop. Ook hopen we de oorzaken beter te doorgronden. Dit zou uiteindelijk kunnen leiden tot een eerdere diagnose.
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Maja Binnewijzend, arts-onderzoeker bij afdeling radiologie, onderzoekt de verschillende netwerken die tijdens rust in de hersenen actief zijn. “Met behulp van functionele MRI-scans van de hersenen, onderzoek ik de verschillende netwerken die tijdens rust in de hersenen actief zijn. We weten inmiddels dat bij mensen met de ziekte van Alzheimer (delen van) bepaalde netwerken minder actief zijn. Mijn doel is om, op basis van de verzamelde informatie, te kijken of we in een vroeger stadium al onderscheid kunnen maken tussen mensen die de ziekte van Alzheimer zullen krijgen en mensen die deze ziekte niet zullen krijgen. Dit zou kunnen bijdragen aan een vroegere diagnose waardoor een eventuele behandeling eerder gestart kan worden. Daarnaast zal ik met behulp van een ander soort scantechniek, ASL (Arterial Spin Labeling), gaan kijken naar de bloedstroom in de hersenen. Dit om te ontdekken of ook deze techniek bij zou kunnen dragen aan een zo vroeg mogelijke diagnose. Mijn onderzoeksperiode loopt tot 1 november 2013.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Drs. Hanneke de Waal, artsonderzoeker, onderzoekt het verschil in hersenactiviteit tussen jonge en oude Alzheimerpatiënten “Het lijkt erop dat mensen die op jonge leeftijd de ziekte van Alzheimer krijgen een heel ander beeld laten zien dan mensen die dit op latere leeftijd krijgen. Ze laten op andere gebieden in de hersenen krimping zien. Ook lijkt de ziekte bij hen sneller te gaan en kunnen er andere problemen dan geheugenproblemen op de voorgrond staan. Met behulp van EEG’s meten we de hersenactiviteit en de communicatie tussen de verschillende hersengebieden. Met mijn onderzoek, dat in september 2009 gestart is, wil ik verder uitzoeken wat de verschillen tussen jonge en oude Alzheimerpatiënten zijn op het gebied van deze hersenactiviteit. Dit zou ons kunnen helpen bij het eerder stellen van de diagnose en, in de toekomst, bij het instellen van de juiste behandeling. Ook geeft het ons meer informatie over wat er nou precies misgaat in de hersenen bij de ziekte van Alzheimer. In september 2013 hoop ik dit promotieonderzoek af te ronden.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek |
|
|
Drs. Hadassa Jochemsen, arts-onderzoeker, onderzoekt de relatie tussen het renine-angiotensine systeem (RAS) en dementie “Het laatste decennium is uit onderzoek gebleken dat er een verband is tussen (risicofactoren voor) hart- en vaatziekten en de ziekte van Alzheimer. Zo hebben mensen die een hoge bloeddruk hebben meer kans op dementie. Het is echter nog grotendeels onbekend waardoor dit komt. Het renine-angiotensine systeem (RAS) is verantwoordelijk voor de bloeddrukregulatie. Mogelijk kunnen componenten hiervan, zoals het angiotensine-converterend enzym (ACE) en angiotensine II, een gedeelte van de relatie tussen vasculaire risicofactoren en dementie verklaren. Er zijn twee tegenstrijdige theorieën over de relatie tussen de componenten van het RAS en dementie. De vasculaire hypothese houdt in dat een hoge ACE activiteit het risico op dementie verhoogt door een hogere bloeddruk, een hoger vasculair risico en meer witte stof afwijkingen in het brein. De amyloid hypothese houdt in dat een hoge ACE activiteit het risico op dementie verlaagt doordat het amyloid beta afbreekt, waardoor dit eiwit zich minder kan opstapelen in het brein bij dementie patiënten en er daardoor minder hersenatrofie optreedt. Met dit promotieonderzoek probeer ik deze tegenstrijdige theorieën te ontrafelen. Bijzonder aan mijn onderzoek is dat ik het gedeeltelijk in het UMC Utrecht, en gedeeltelijk in het VUmc Alzheimercentrum uitvoer.
Waar sta je nu met dit onderzoek? Publicaties binnen dit onderzoek |
||
![]() |
Drs. Marissa Zwan, neurowetenschapper Alzheimercentrum en Nucleaire Geneeskunde & PET Research, onderzoekt vroegdiagnostiek van de ziekte van Alzheimer met behulp van nieuwe toepassingen van de PET-scan. “De oorzaak van de ziekte van Alzheimer is onbekend en het is op dit moment nog niet mogelijk de ziekte te genezen. Het aantal mensen dat lijdt aan de ziekte groeit echter explosief. Onderzoek is noodzakelijk voor onder meer een vroege, accurate diagnose en de ontwikkeling van medicatie tegen de ziekte.
Mijn onderzoek richt zich op het in beeld brengen van “het Alzheimer-eiwit” amyloid in de hersenen. Amyloid is een eiwit dat zich vroeg in de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer opstapelt in de hersenen. Met behulp van PET kunnen we deze eiwitophopingen zichtbaar maken. Hierdoor wordt het mogelijk om al in een heel vroeg stadium deze ziekte op te kunnen sporen. De techniek kent nog vele beperkingen, waardoor amyloid imaging tot op heden in Nederland alleen mogelijk is op het VUmc.” Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Drs. Floor Duits, arts-onderzoeker, doet onderzoek op het gebied van biomarkers in het hersenvocht Mijn onderzoek is begin 2011 begonnen, en borduurt voor op eerder biomarker onderzoek van ons Alzheimercentrum. Sinds ongeveer 10 jaar is het mogelijk om de belangrijkste eiwitten die betrokken zijn bij de ziekte van Alzheimer te meten in het hersenvocht van patiënten. Mijn onderzoek gaat over de vraag wat artsen aan de biomarkers hebben in de dagelijkse praktijk, of het hun beslissingen beïnvloedt en hoe ze met de uitslagen omgaan. Daarnaast doe ik onderzoek naar nieuwe biomarkers. Eén van deze markers, F2-isoprostanen, is een maat voor ontstekingsreacties in de hersenen. Mogelijk zijn stoffen die bij deze ontstekingsreactie betrokken zijn een marker voor de ernst en progressie van de ziekte. Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Drs. Marije Benedictus, neurowetenschapper, verricht MRI-onderzoek naar de kleine vaten in de hersenen. Onder de noemer ‘dementie’ vallen verschillende vormen, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is. Een andere, veelvoorkomende vorm is vasculaire dementie.
Waar bij de ziekte van Alzheimer op de MRI scan met name een afname in hersenmassa (‘atrofie’) wordt gezien, wordt vasculaire dementie meer gekenmerkt door schade aan de kleine bloedvaten in de hersenen. Toch wordt ook bij Alzheimerpatiënten, naast de kenmerkende atrofie, vaak schade aan de kleine bloedvaten waargenomen. Het is bekend dat risicofactoren voor de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie overlap vertonen. Desondanks is het nog onduidelijk waarom de ene patiënt wél een mengbeeld vertoond en de andere niet, of in mindere mate. Ook is het onduidelijk hoe de twee types schade bijdragen aan de specifieke symptomen. Mijn onderzoek richt zich op de invloed van vasculaire schade op het ziekte-proces van de ziekte van Alzheimer. Waar sta je nu in dit onderzoek |
|
![]() |
Dr Betty Tijms is postdoc onderzoeker en doet onderzoek naar functionele connectiviteit van de hersenen “Het meest fascinerende van het menselijk brein vind ik dat het zich kan aanpassen in zowel structuur als functie: in negatieve zin door ziekte maar ook in positieve zin door leerprocessen. Ik wil weten hoe de structuur en functie van een gezond brein verandert bij iemand die een dementie ontwikkelt. Het brein is een complex orgaan, waarbij de functie wordt bepaald door de manier waarop verschillende hersengebieden met elkaar communiceren. Deze communicatie is verstoord in de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer. Mijn onderzoek richt zich op het beter begrijpen van deze verstoring en hoe dit samenhangt met veranderingen in de grijze stof van het brein. De uitkomsten van dit onderzoek zullen bijdragen aan het verbeteren van diagnostische tests, en ook aan de ontwikkeling van nieuwe therapieën. In mijn onderzoek probeer ik kennis uit verschillende vakgebieden te combineren om zo zoveel mogelijk informatie te halen uit zowel functionele als structurele beeldverwerking.”
Waar sta je nu met dit onderzoek? |
|
![]() |
Drs. Welmoed A. Krudop, arts-onderzoeker, onderzoekt de ziekte Frontotemporale dementie, andere oorzaken van gedragsstoornissen en manieren om de juiste onderliggende oorzaak eerder vast te stellen. Als er op latere leeftijd een karakterverandering of gedragsstoornis ontstaat kan dit veel problemen geven in het dagelijks leven. Vaak is het niet meteen duidelijk wat de oorzaak van de verandering is en is dus ook niet goed te voorspellen hoe het zich verder zal ontwikkelen. Frontotemporale dementie begint meestal met gedragsveranderingen, maar andere vormen van dementie kunnen ook beginnen met gedragsstoornissen in plaats van met meer ‘typische’ klachten zoals geheugenproblemen. Ook psychiatrische ziektes, zoals bijvoorbeeld een depressie, bipolaire stoornis of schizofrenie, kunnen vergelijkbare klachten veroorzaken. Het is belangrijk zo vroeg mogelijk een accurate diagnose te stellen, omdat de behandeling en verwachting voor de toekomst erg kan verschillen.
In mijn project ga ik de waarde van MRI-scans, PET-scans en hersenvochtonderzoek voor het snel stellen van de juiste diagnose bij patiënten die zich presenteren met gedragsveranderingen onderzoeken. Waar sta je nu met je onderzoek: |
|
|
Drs. Eva Louwersheimer, arts-onderzoeker doet onderzoek naar de relatie tussen genetische kenmerken en klinische manifestatie van de ziekte van Alzheimer. Mijn fascinatie voor de werking van het menselijk brein bemerkte ik al tijdens mijn studie geneeskunde. Nog veel over de werking is onbekend en moet onderzocht worden. Dit was voor mij een van de redenen om te gaan werken als arts-onderzoeker bij het Alzheimercentrum. Bij dementie is te zien dat verschillende functies van het brein afbrokkelen. Bij de ziekte van Alzheimer is de verslechtering van het geheugen de bekendste functiestoornis. Bij sommige patiënten staan andere problemen juist op de voorgrond, bijvoorbeeld met taal (afasie) of het handelen (apraxie). In mijn project gaan we onderzoeken of specifieke genetische afwijkingen ten grondslag liggen aan deze bijzondere uitingsvormen van de ziekte van Alzheimer. Het is een samenwerkingsproject tussen het VUmc Alzheimercentrum en het Erasmus MC in Rotterdam.
Waar sta je nu met je onderzoek? |
||
![]() |
Drs. Daniela Bertens, arts-onderzoeker doet onderzoek naar welke biologische factoren (biomarkers) het best gebruikt kunnen worden in klinisch geneesmiddelenonderzoek. De ziekte van Alzheimer kan tegenwoordig in een steeds vroeger stadium vastgesteld worden. Helaas zijn er nog geen behandelingen die de ziekte kunnen genezen. Op dit moment vinden veel geneesmiddelen-onderzoeken plaats. Verwacht wordt dat het effect van medicatie het grootst zal zijn in de allereerste fase van de ziekte, dus wanneer er al wel hersenveranderingen zijn, maar er nog geen sprake is van dementie. Om in een groep personen met geheugenklachten te kunnen voorspellen wie in de toekomst de ziekte van Alzheimer zal ontwikkelen en wie niet, zijn er goede voorspellende factoren nodig die zo precies mogelijk kunnen aangeven wie in het voorstadium zitten. In mijn onderzoek ga ik op zoek naar die biologische factoren (biomarkers). Bovendien is het de bedoeling dat we met de opgedane kennis aanbevelingen kunnen doen voor de opzet en uitvoer van medicijnstudies en zo mogelijk een stap dichter te komen bij het vinden van een behandeling.
Waar sta je nu met je onderzoek? |























