Alzheimercentrum Amsterdam

Onderzoeken

Op de screeningsdag zult u verschillende onderzoeken krijgen: een ruggenprik, een EEG, een MRI scan, een bloedonderzoek en een neuropsychologisch onderzoek. Deze onderzoeken worden uitgevoerd om een oorzaak voor uw klachten te vinden.

Meer informatie over de onderzoeken

Als u op de verschillende onderzoeken klikt, kunt u meer lezen.

Ruggenprik (lumbaalpunctie)

Een lumbaalpunctie is een onderzoek waarbij ongeveer 10 cc (liquor) vocht uit het ruggenmergkanaal wordt afgenomen. Rond de hersenen en het ruggenmerg zitten vliezen. Tussen deze vliezen bevindt zich liquor. Liquor dient als een soort stootkussen om de tere hersenen en het ruggenmerg te beschermen.

Het  ruggenmerg wordt verder beschermd door de wervelkolom. De punctie wordt verricht ter hoogte van het onderste gedeelte van de wervelkolom. Hier zit geen ruggenmerg, alleen liquor. Er bestaat dus geen gevaar voor beschadiging van het ruggenmerg.

Het onderzoek van liquor kan informatie opleveren over aandoeningen van de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwwortels.

Voorbereiding
Bij het gebruik van sommige soorten bloedverdunners kan de lumbaalpunctie niet veilig gebeuren. Laat het daarom zo spoedig mogelijk aan uw behandelaar weten als u dit soort middelen gebruikt.

Het onderzoek

  • Bij de lumbaalpunctie ligt u meestal op de linkerzij met een bolle rug. De neus wordt zo ver mogelijk naar de knieën gebracht. Door de bolling van de rug wordt de ruimte tussen de ruggenwervels zo groot mogelijk.
  • De rug wordt met alcohol of jodium schoongemaakt en vervolgens wordt de prik gegeven tussen twee lendenwervels in. De lumbaalpunctie wordt met een zeer dunne naald verricht. Een enkele keer lukt het niet de juiste plaats direct te vinden. De naald wordt dan opgeschoven. Dit opschuiven kan even een pijnlijk gevoel in de bil of het been geven. Een lumbaalpunctie is meestal niet pijnlijker dan een bloedprik in de arm.
  • Als de naald goed zit, duurt het een paar minuten voor er voldoende vloeistof is afgenomen voor het onderzoek. Dit afnemen van de vloeistof is verder pijnloos.
  • Wanneer voldoende vloeistof (circa 10 cc) is afgenomen, wordt de naald verwijderd en de insteekplaats afgedekt met een pleister, deze mag ’s avonds of de volgende dag verwijderd worden.
  • Soms is ook bloedafname nodig.

Na het onderzoek

  • Na het onderzoek kunt u direct naar huis.
  • Bij één op de vier mensen ontstaat na een lumbaalpunctie hoofdpijn. Deze hoofdpijn is onschuldig en verdwijnt meestal in liggende houding. Soms kan de klacht enige dagen aanhouden. Zorg dat u voldoende drinkt.
  • Als u met eigen vervoer naar de polikliniek komt, zorg er dan voor dat u niet zelf hoeft terug te rijden in verband met het mogelijk optreden van hoofdpijn.

Indien u vragen heeft kunt u bellen met de balie van het Alzheimercentrum: 020-444 8548

Bij een EEG (Electro Encefalo Grafie, Encefalon = hersenen) wordt de activiteit van de hersenen gemeten.  Uw hersenen produceren zelf elektrische activiteit. Bij dit onderzoek zal een apparaat dat verbonden is met meetelektroden deze elektriciteit meten.

De meting wordt digitaal vastgelegd. Het EEG geeft de neuroloog een indruk van het functioneren van uw hersenen. Dit onderzoek duurt ongeveer 50 minuten.

Voorbereiding op het EEG onderzoek
Op uw hoofd wordt een soort muts gezet, waaraan een flink aantal meetelektroden is bevestigd. Om goed contact te maken met de hoofdhuid wordt tussen de elektroden en de hoofdhuid een contactvloeistof aangebracht. Soms geeft het bevestigen even een pijnlijk gevoel. U wordt verzocht uw haren te wassen op de dag of de dag voorafgaand aan het onderzoek en geen gel of haarlak te gebruiken.

OnderzoekenHet EEG onderzoek
Tijdens het onderzoek wordt u gevraagd om ongeveer 30 minuten zo stil en ontspannen mogelijk te gaan liggen. De laborant(e) zal u enkele malen vragen om uw ogen te openen en te sluiten. Ook wordt u gevraagd een aantal minuten diep te zuchten. Daarnaast wordt u gevraagd om vuisten te maken. Verder zult u een aantal lichtflitsen te zien krijgen.

Als u tijdens het onderzoek slaperig wordt, mag u hieraan toegeven; als u wakker moet blijven zal de laborant(e) u dit zeggen.

Na het onderzoek
Na het onderzoek worden de meetelektroden weer van uw hoofd verwijderd en wordt uw hoofd schoongemaakt.

Waarom een MRI scan
Een van de onderzoeken op de screeningsdag is een MRI scan (MRI = Magnetic Resonance Imaging).  Hierbij worden de hersenen ‘in beeld’ gebracht. Het onderzoek is pijnloos en ongevaarlijk. De MRI scan wordt gemaakt om afwijkingen te vinden die de klachten kunnen verklaren.
Ook wordt gekeken of en waar verlies van hersenweefsel (atrofie) is opgetreden en waar vasculaire schade is ontstaan (schade door ziekte aan de bloedvaten).

Waar wordt naar gekeken tijdens het onderzoek
De veranderingen in de hersenen die optreden bij dementie zijn verlies van hersenweefsel (atrofie) en vasculaire schade (schade door ziekte aan de bloedvaten). Deze veranderingen zijn zichtbaar op de MRI scan. De plaats en de ernst van de afwijkingen kunnen bijdragen aan de diagnose. Zeldzame afwijkingen, zoals hersentumoren, kunnen worden uitgesloten.

Het onderzoek
Het MRI apparaat ziet eruit als een kleine tunnel die aan het hoofd- en voeteneinde open is. Voor het onderzoek wordt u op een verschuifbare tafel in deze tunnel geschoven. Rustig ademhalen, stilliggen en ontspannen is heel belangrijk. Het onderzoek zal tussen een half uur en een uur duren en het doet geen pijn.

Tijdens het maken van de afbeeldingen hoort u een kloppend, tikkend en ratelend geluid van de MRI. Dat is normaal. Het geluid is niet continu, maar in sessies van enkele minuten en het verschilt in sterkte en tempo.

De radiologisch laborant kan u tijdens het gehele onderzoek zien en u kunt met hem of haar praten. Tijdens het onderzoek mag u geen metalen voorwerpen dragen.

Onderzoeken 2

Uitslag
U krijgt de uitslag van de scan tegelijk met de andere uitslagen, ongeveer een week na de screeningsdag.

MRI: de meest gestelde vragen
Hieronder staat een overzicht met de meest gestelde vragen. Staat uw vraag hier niet tussen? Neem dan contact op met de polikliniek neurologie van Amsterdam UMC, locatie VUmc 020 444 8548.

Welke voorwerpen mag u niet bij u hebben tijdens het onderzoek?

Omdat het onderzoek wordt verstoord door metalen voorwerpen mag u deze niet meenemen in de onderzoeksruimte. Het gaat hier om:

  • Bankpasjes en creditcards (deze bevatten magnetische code);
  • munten (kleingeld);
  • gehoorapparaten;
  • sieraden, haarspelden en manchetknopen, riemgesp, horloge en bril;
  • oogmake-up en mascara kunnen metalen deeltjes bevatten:
  • sleutels, pennen, zakmessen;
  • andere metalen voorwerpen.

Waarom zal een MRI scan worden verstoord door metalen voorwerpen?

Zoals iedere magneet trekt de MRI magneet metalen voorwerpen aan. Omdat de MRI magneet zeer sterk is (10.000 tot 40.000 keer sterker dan het magnetisch veld van de aarde) kan hij losse metalen voorwerpen met grote snelheid de magneet intrekken.

Is een MRI scan schadelijk?

MRI scans worden al meer dan dertig jaar toegepast. Er zijn geen schadelijke effecten aangetoond.

Hoe werkt een MRI scanner?

Tijdens het onderzoek wordt u in een magnetisch veld geplaatst. De waterstofatomen in uw lichaam worden daardoor kleine zendertjes. De signalen van deze zendertjes worden opgevangen, geordend en via een computer omgezet in een afbeelding van uw hersenen.

Wat is een MRI scan?

De afkorting MRI komt van Magnetic Resonance Imaging. Bij een MRI scan wordt gebruik gemaakt van magneetvelden en radiogolven. Een MRI scanner is dus geen röntgenapparaat. Er komen geen röntgenstralen aan te pas.

Ik heb metalen voorwerpen in mijn lichaam. Mag ik een MRI scan ondergaan?

Wanneer u vaatclips in een van de bloedvaten in uw hoofd heeft of metaalsplinters in uw oog, kan geen scan gemaakt worden. Het magneetveld beïnvloedt ook pacemakers en insulinepompen. Deze kunnen door het magneetveld van slag raken.
Een heupkopprothese, metalen pennen, platen en schroeven, een kunsthartklep, een stent of een spiraaltje beïnvloeden het onderzoek niet. De magneet trekt ook geen vullingen of kronen in uw gebit aan.

Wat moet ik aan tijdens het onderzoek?

Kies op de dag van het onderzoek kleding waaraan geen onderdelen van metaal zitten zoals ritsen, knopen of haakjes.

Ik kan niet goed tegen kleine ruimtes. Wat moet ik doen?

Neemt u contact op met de neuroloog of verpleegkundig consulent via het telefoonnummer 020 – 444 05 57.

Ik heb nog vragen. Wie kan ik daarvoor benaderen?

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek vragen, dan kunt u deze gerust stellen aan de radiologisch laborant. U kunt ook bellen met telefoonnummer van de polikliniek neurologie (020 – 444 8548).

Bij het klinisch laboratorium worden enkele buisjes bloed afgenomen. Dit duurt ongeveer 5 minuten.

Op verzoek van uw behandelend arts is voor u een afspraak gemaakt bij een neuropsycholoog. Met behulp van een neuropsychologisch onderzoek kunnen bepaalde hersenfuncties in kaart worden gebracht.

Cognitieve functies
Het gaat om de zogeheten cognitieve functies – dat zijn functies van de hersenen zoals concentratievermogen, reactiesnelheid, werktempo, geheugen, leren, taal, planning en ruimtelijk inzicht.

De ziekte van Alzheimer 1Het onderzoek
Dit onderzoek duurt tussen een uur en 1,5 uur. Het bestaat uit een gesprek en een serie neuropsychologische tests. In het gesprek zal op uw klachten en uw voorgeschiedenis worden ingegaan. In het testonderzoek krijgt u een serie tests voorgelegd met uiteenlopende opdrachten en vragen die een beroep doen op de cognitieve functies.

De uitslag van het onderzoek
U krijgt de uitslag tegelijk met de andere uitslagen, ongeveer een week na de screeningsdag.

Vragen
Bij vragen kunt u op werkdagen bellen van 9.00 tot 10.00 uur met de afdeling medische psychologie, neuropsychologie. Telefoon: 020 – 444 82 25 of met 020 – 444 01 90.

Top
Volg ons via