Doneer nu

Genetisch onderzoek helpt bij diagnose van gedragsveranderingen

Datum: 25 juni 2026
Genetisch onderzoek helpt bij diagnose van gedragsveranderingen
Delen

Onderzoekers van Alzheimercentrum Amsterdam hebben onderzocht hoe vaak een erfelijke oorzaak voorkomt bij mensen met gedragsveranderingen op latere leeftijd. De resultaten laten zien dat genetisch onderzoek waardevolle informatie kan opleveren. Het onderzoek is onlangs gepubliceerd in Neurology Genetics.

Wanneer iemand op latere leeftijd ander gedrag gaat vertonen, is het belangrijk dat uitgezocht wordt wat de oorzaak hiervan is. Iemand wordt bijvoorbeeld apathisch, impulsief, verliest empathie of ontwikkelt dwangmatig. Zulke veranderingen kunnen passen bij een vorm van dementie, zoals frontotemporale dementie (FTD), maar ook bij een psychiatrische aandoening. Door overlap van symptomen kan het lastig zijn om de juiste diagnose te stellen.

Erfelijke oorzaken blijven mogelijk onopgemerkt

Bij frontotemporale dementie spelen erfelijke factoren een belangrijke rol. Toch wordt genetisch onderzoek meestal alleen ingezet wanneer er sterke aanwijzingen zijn voor een erfelijke oorzaak, bijvoorbeeld als meerdere familieleden dementie hebben gehad. Daardoor kunnen genetische oorzaken onopgemerkt blijven, vooral bij mensen bij wie artsen twijfelen tussen een neurologische of psychiatrische diagnose.

Onderzoek onder ruim zevenhonderd patiënten

Voor dit onderzoek werden gegevens bekeken van 702 mensen die vanwege gedragsveranderingen waren verwezen naar het Alzheimercentrum van Amsterdam UMC. Bij al deze deelnemers was genetisch onderzoek verricht.

De onderzoekers onderzochten hoe vaak ziekteveroorzakende genetische varianten voorkwamen en welke kenmerken mogelijk konden helpen om mensen met een erfelijke oorzaak te herkennen.

Erfelijke afwijkingen vaker gevonden dan verwacht

Bij ongeveer één op de zeven deelnemers werd een ziekteveroorzakende genetische variant gevonden. Zoals verwacht kwam dit vaker voor bij mensen met een diagnose bij het frontotemporale dementiespectrum.

Opvallend was dat ook bij mensen bij wie de diagnose nog onzeker was, relatief vaak een erfelijke oorzaak werd gevonden. De meest voorkomende genetische afwijking betrof het C9orf72-gen. Daarnaast werden afwijkingen gevonden in onder andere MAPT– en GRN-genen. Ook werden enkele mensen geïdentificeerd met de erfelijke ziekte van Huntington, die zich vooral uitte in gedrags- en psychiatrische klachten.

Mensen met een erfelijke oorzaak hadden vaker familieleden met dementie en waren gemiddeld jonger wanneer de klachten begonnen. Ook werden vaker afwijkingen gezien op cognitieve testen en hersenscans. Toch bleek dat een aanzienlijk deel van de mensen met een erfelijke oorzaak deze kenmerken juist niet had.

Genetisch onderzoek kan de diagnose versnellen

De resultaten laten zien dat genetisch onderzoek kan bijdragen aan het stellen van een juiste diagnose bij mensen met gedragsveranderingen op latere leeftijd. Dat geldt niet alleen voor mensen met duidelijke aanwijzingen voor erfelijkheid, maar ook voor mensen bij wie de oorzaak van de klachten na uitgebreid onderzoek nog onduidelijk blijft.

Een juiste diagnose is belangrijk voor patiënten en hun familie. Het kan meer duidelijkheid geven over de oorzaak van de klachten, helpen bij het maken van keuzes voor de toekomst en familieleden informeren over mogelijke erfelijke risico’s.

Daarnaast vonden de onderzoekers dat vrouwen met een onduidelijke diagnose vaker een ziekteveroorzakende genetische variant droegen dan mannen. Dit suggereert dat frontotemporale dementie bij vrouwen mogelijk minder snel wordt herkend. Meer aandacht voor verschillen tussen mannen en vrouwen kan bijdragen aan een snellere en nauwkeurigere diagnose.

Deze kennis kan artsen helpen om sneller tot een juiste diagnose te komen en patiënten en hun families beter te informeren over de oorzaak van de klachten en in de toekomst eventuele behandelmogelijkheden.

Uw steun om dit soort baanbrekend onderzoek te kunnen doen helpt!

Kijk hier hoe u kunt bijdragen

Top
Volg ons via