Doneer nu

Hoe kan een hersenscan bijdragen aan een betere diagnose en prognose?

Datum: 9 april 2026
1
Delen

Tijdens de Lunch & Learn van maart van Alzheimercentrum Amsterdam namen onderzoekers Colin Groot en Emma Coomans de aanwezigen mee in de rol van beeldvorming bij dementie. Aan de hand van concrete voorbeelden lieten zij zien wat MRI- en PET-scans zichtbaar maken, en hoe deze technieken bijdragen aan het stellen van een diagnose.

Colin Groot trapt af met een overzicht van het diagnostisch traject binnen Alzheimercentrum Amsterdam. Patiënten doorlopen op één dag een uitgebreid onderzoek, bestaande uit onder meer neurologisch en neuropsychologisch onderzoek, een MRI-scan, EEG, bloedonderzoek en, indien nodig, onderzoek van hersenvocht.

De uiteindelijke diagnose wordt niet op één onderdeel gebaseerd, maar volgt uit een multidisciplinair overleg. “We kijken altijd naar het totaalplaatje,” licht Colin toe. “Beeldvorming is belangrijk, maar staat nooit op zichzelf.”

Wat laat een MRI zien?

Vervolgens neemt hij de aanwezigen mee in de werking van MRI. Deze techniek maakt gebruik van een sterk magnetisch veld en brengt de structuur van de hersenen gedetailleerd in beeld. Aan de hand van scans legt hij uit hoe verschillende hersenweefsels zichtbaar worden: hersenvocht verschijnt donker, grijze stof grijs en witte stof licht. Dit verschil hangt samen met de mate waarin watermoleculen zich kunnen bewegen.

MRI wordt in de kliniek veel gebruikt omdat het zonder straling werkt en veel detail laat zien. “We kunnen hersenkrimp heel nauwkeurig in beeld brengen,” aldus Colin. “En die patronen van krimp helpen ons om verschillende vormen van dementie van elkaar te onderscheiden.”

Zo toont hij voorbeelden van scans die passen bij de ziekte van Alzheimer, frontotemporale dementie en Lewy body-dementie. Tegelijkertijd benadrukt hij de beperkingen: niet alle vormen van dementie zijn duidelijk zichtbaar op MRI, en de scan toont vooral de gevolgen van ziekteprocessen, niet de onderliggende oorzaak.

Ter vergelijking komt ook de CT-scan kort aan bod. Deze werkt met röntgenstraling, geeft minder detail, maar is sneller en wordt vaak ingezet in acute situaties.

Van structuur naar functie: de PET-scan

In het tweede deel geeft Emma Coomans een eerste introductie op de PET-scan, een techniek die niet zozeer de structuur, maar juist de activiteit in de hersenen zichtbaar maakt. “Met PET kijken we naar wat er in de hersenen gebeurt,” legt ze uit. “We gebruiken een licht radioactieve stof, een tracer, die specifieke biologische processen zichtbaar maakt en meetbaar maakt.”

Afhankelijk van de gekozen tracer kan bijvoorbeeld het glucoseverbruik of de aanwezigheid van bepaalde eiwitten in beeld worden gebracht. Daarmee kan PET aanvullende informatie geven die met MRI niet zichtbaar is.

De techniek bestaat al langer dan vaak wordt gedacht: de basis werd gelegd in de jaren vijftig en sinds de jaren zeventig wordt PET toegepast in de geneeskunde. Hoewel er sprake is van blootstelling aan straling, blijft deze relatief beperkt en binnen veilige medische grenzen.

Door de vele vragen uit de zaal blijft het bij een eerste introductie. Emma zal in een volgende sessie op 18 juni uitgebreider ingaan op de toepassingen van PET in diagnostiek en onderzoek.

Uw steun helpt!

Kijk hier voor meer informatie.

Top
Volg ons via